Historie Zionskerk

Tot aan 1866 heeft de gemeente zich met dit kerkgebouwtje beholpen. Toen was het voor de inmiddels gegroeide gemeente te klein geworden en vol gebreken. Het pand naast het kerkgebouwtje, grenzend aan wat toen heette Herberg "De Roos", annex gemeentehuis, werd aangekocht. Er werd in maart 1866 begonnen met de afbraak van het oude kerkgebouw. Tijdelijk werd gekerkt in de boerderij aan de Heerdweg 3. Door aankoop van eerder genoemd huisje kon de westmuur van de nieuwe kerk in verhouding tot het oude kerkgebouw ca. 4.70 meter westwaarts opgetrokken worden. Een ruimte van 3.55 meter werd de scheiding tussen het kerkgebouw en de herberg. Besloten werd ook om de frontgevel te voorzien van een klein torentje. In september 1866 kon het nieuwe kerkgebouw in gebruik genomen worden. Het was voor die tijd een flink, eenbeukig kerkgebouw, aan de straatzijde een rechthoekige en aan de zuidzijde een driezijdige sluiting. Deze vorm is nog gemakkelijk te herkennen in het tegenwoordige kerkgebouw. Het bezat grote, neo-gotische vensters, die bij de verbouwing in 1905 bijna allemaal weer werden gewijzigd. Een overblijfsel van de vroegere vensters is het grote venster van de in 1892 gebouwde toren, dat met de profilering van de hoofdtoegang aansloot op alle toenmalige vensters. In de voorgevel bevinden zich nog de oorspronkelijke daklijsten met hun boogvormige nisjes. Boven de vroegere hoofdtoegang prijkte een gedenksteen met de opschrift: Eben-Haëzer: Tot hier toe heeft ons de Heere geholpen. 1 Samuël 7:12. 1866. De steen werd in 1862 gemetseld boven de spitsbogige omlijsting van de toreningang en bleef aldus behouden. Het interieur van het langgerekte kerkgebouw was eenvoudig, met aan de zuidzijde de preekstoel en ten weerszijden hiervan de banken voor ambtsdragers en het predikantsgezin. Deze banken waren ten dele overluifeld en de luifels voorzien van snijwerk. Aan de noordzijde van het gebouw kwam een galerij, genaamd torengaanderij, welke in enigszins gewijzigde vorm, ook nu nog in gebruik is. Het aantal zitplaatsen bedroeg 600, beduidend meer dan men in 1866 nodig had.

In 1872 werd een catechiseerkamer gebouwd onder de torengaanderij, tevens vanuit de pastorie bereikbaar door een deur in de kerkmuur. Door aankoop van Tivoli (zie hoofdstuk over De Kandelaar) werd de kamer weer afgebroken en de deur dichtgemetseld. In 1875 werd er een ijzeren hek voor de kerk aangebracht en een urinoir op de hoek van het gebouw. Ondertussen was er een prachtige preekstoel ontworpen en vervaardigd die echter bij de verbouw van de kerk in 1905 al weer verloren is gegaan. Evenals de met snijwerk versierde luifels boven de banken ter weerszijden van de preekstoel.

Zoals eerder genoemd werd in 1892 een nieuwe toren gebouwd en de windwijzer op de toren draagt ook dat jaartal. De toren is tot op heden ongeschonden gebleven.

Begin 1900 werd het kerkgebouw met 600 zitplaatsen te klein. Besloten werd dan ook wederom tot verbouwing. Er moest aan de oostzijde uitgebouwd worden. Ook zou er dan plaatsgemaakt moeten worden voor een orgel. Eveneens zou er een totale wijziging van het bankenpatroon moeten plaatsvinden met de kansel tegen de westmuur, de bouw van 2 gaanderijen, te weten in de nieuwe vleugel en in het schip aan de zuidzijde. De kansel zou moeten worden geplaatst op een platform. Daartoe werd de oude kansel, met luifel verwijderd. Tijdens de verbouwing werd gekerkt in Tivoli, dat voor fl. 5,00 per dienst werd gehuurd. In oktober 1905 was de verbouwing gereed. Tot stand kwam een voor die tijd in verhouding tot dorpskerken in het algemeen vrij groot kerkgebouw, met 832 zitplaatsen, in sobere vormgeving, dat qua exterieur vrijwel ongeschonden tot in onze dagen behouden bleef, aan de voorzijde verlevendigd door een sierlijke toren. Met de voorname pastorie terzijde en het pleintje met hekken voor het gebouw maakte het complex een waardige indruk. Het gebouw werd aangesloten op het gasnet. Voor de verlichting werd o.a. een koperen kroonlichter met zijarmen aangeschaft, opgehangen in het midden van de kerk. Het sombere interieur, een echte preekkerk, was degelijk en doelmatig. De paneelachtige borstweringen van de gaanderijen en in stijl aangebrachte, eenvoudige versieringen op kansel en doophek met lezenaar zorgden voor een niet al te saai interieur. De nieuwe gekleurde glasramen in lood gevat, voorzien van eenvoudige motieven, leveren een milde lichtinval op. In het midden van het grote raam in de nieuwe vleugel prijken de woorden: De Heere zegene u uit Zion. De Zionskerk dankt hieraan haar naam. Tenslotte besloot de toenmalige kerkenraad "het pruimen" in de kerk te verbiede en "de stoven" voortaan in 't voorportaal van de toren te zetten.oude-interieur

Sinds 1905 zijn vele aanvullingen op en wijzigingen in het kerkinterieur aangebracht. In 1907 werd een pijporgel aangeschaft en in 1911 kregen ook de gaanderijen verlichting. In 1912 kwam er kerktelefoon voor hardhorenden. Omstreeks 1915 bleek de westmuur van het kerkgebouw door druk uit te wijken. In 1918 is een ingenieuze constructie met een kruisspant aangebracht tussen kap- en dakconstructie. In 1920 werd een doopvont gekocht waarna waarschijnlijk het doophek is verwijderd en vervangen door een los voorlezergestoelte. In 1923 werd centrale verwarming aangelegd. Het buizennet van toen heeft dienst gedaan tot 1988. In 1935 werd een elektrische lichtinstallatie aangelegd. Voor de koperen kroonluchter en de overige verlichtingsornamenten kwamen strakke, bolvormige lampen in de plaats. In 1937 werd de kerktelefoon vernieuwd. In 1938 werden plannen gemaakt voor een forse verbouwing vanwege het nijpende tekort aan zitplaatsen. Het is bij plannen gebleven. In 1938 werden de lange hengelstokken vervangen door de collectezakjes. In 1940 kreeg de bestaande uitgang aan de oostzijde er een 2e uitgang bij. In 1945 verdween het urinoir voor het kerkgebouw. Het paste niet meer in een tijd van voortschrijdend fatsoen. En de wereld moest niet denken, dat gereformeerden geen keurige burgermensen waren.

image231In 1957 werd besloten tot een flinke opknapbeurt. Zonder stijlinzicht en historisch besef, met overigens de beste bedoelingen, werden preekstoel, borstweringen en ander meubilair bekleed met triplex, ornamenten verwijderd en het hele interieur glanzend grijs geverfd om de "uitrusting te herscheppen tot een moderne kerkruimte". Tevens werd het doopvont opgeruimd en een nieuw doopvont aangeschaft. Ook werd een nieuwe kachel voor de centrale verwarming aangeschaft en een overdekte rijwielstalling ten zuiden van de kerk gebouwd.

 

In 1968 werd de pastorie afgebroken en werd een nieuwe consistorie aansluitend aan de zuidkant van het kerkgebouw gebouwd. image022De muren waaraan de pastorie had gestaan werden hersteld en aangepast. In 1973 werden alle elektrische leidingenen bedradingenin het kerkgebouw vernieuwd.

Eind jaren '70 werd weer gesproken over een grootse restauratie met als hoofdzaak een nieuwe betonvloer met vloerverwarming, nieuwe banken en een nieuwe lambrisering. Omdat ook het gebouw De Kandelaar aan een dringende opknapbeurt toe was werd besloten tot nieuwbouw van een verenigingsgebouw achter de kerk. De in 1968 gebouwde consistorie was een kort leven beschoren en moest in 1983 wijken voor de nieuwbouw. In 1984 werd de huidig historische kroonluchter (uit 1858) opgehangen, een vorstelijk geschenk van een gemeentelid. In september 1988 kwam de restauratie van het kerkgebouw gereed. De banken en de preekstoel zijn vervangen door licht eikenhouten exemplaren. Ook de houten vloer is vervangen door plavuizen. De kerk heeft een schilderbeurt ondergaan en op het orgel zijn originele ornamenten herplaatst.

Na de federatie met de Hervormde gemeente van Uithuizen in 2005 heeft de Zionskerk haar huidige naam gekregen.

Tot de uitrusting van het kerkgebouw behoort tenslotte het avondmaalservies. Het eerste servies was een geschenk uit 1872 van de zangvereniging. In de loop der jaren zijn hierop talloze aanvullingen gedaan. Ook werden delen van het servies weggeschonken. Voorts liet men bekers wijzigen om een passend geheel te krijgen. Door dit alles is het vrijwel uitgesloten om nog te achterhalen, uit welke jaren de thans in gebruik zijnde delen te dateren, uitgezonderd de schaal met inscriptie uit 1872. Alles bijeengenomen is het een harmonieus en zwaar uitgevoerd servies.

Bron: 150 jaar Gereformeerde Kerk Uithuizen door Alje Bolt

 

Het Walcker orgel

orgel

De in 1866 gebouwde kerk aan de Hoofdstraat-Oost werd voorzien van een gaanderij aan de noordzijde, orgelzolder genoemd. Als er voldoende middelen gevonden waren, zou hierop een orgel geplaatst worden. Dit bleef echter voorlopig een vrome wens. Bij de grote verbouwing van de kerk in 1905 is uiteindelijk de zuidelijke gaanderij bestemd als orgelgaanderij.

 

In 1906 lukt het eindelijk contacten te leggen over aanschaf van een gebruikt orgel  In Bremen is een orgel beschikbaar, welke te koop wordt aangeboden voor een bedrag van ƒ 2.375,-- franco geleverd.

 

De notulen van 15-11-1906 van de kerkenraad geven ons aan dat het orgel te Bremen is gekocht voor een bedrag van ƒ 1.950,-- franco op de plaats te Uithuizen. Begin mei 1907 arriveerde het instrument per stoomtrein te Uithuizen en op 31-05-1907 kon het orgel in gebruik worden genomen in een speciale bijeenkomst.

 

De dispositie is nog steeds ongewijzigd:

Klavier I                                         Klavier II                                        Koppelingen:

 

Bourdon 16 vt                               Liebl.Gedackt 8 vt                        11-1,Ped-1,tutti

 

Prinzipal 8 vt                                 Salicional 8 vt

 

Flöte 8 vt                                        Waldflöte 4 vt

 

Viola di Gamba 8 vt

 

Oktave 4 vt                                     Pedaal:

 

Rohrflöte 4 vt                                 Subbasz 16 vt

 

Mixtur 2 2/3 vt 4 fach                   Oktavbasz 8 vt

 
Het orgel is gebouwd door E.F. Walcker & Co, Ludwigsburg Wurtemberg onder opus 351, bouwjaar 1878. Het orgel is aanvankelijk gebruikt als hulp-orgel. De Domkerk in Frankfurt am Main werd door een brand ernstig beschadigd. Toen het gebouw weer in gebruik kon worden genomen was er nog geen orgel. In afwachting van een nieuw instrument bouwde Walcker in 1878 dit zogenaamde "Interims"-orgel, een plaatsvervangend instrument. In 1891 was het grote orgel aldaar gereed en het plaatsvervangend instrument dus overcompleet. Het verhuisde onmiddelijk naar Bremen, waar Walcker het grote in historierijke orgel in de Skt. Stefani ombouwde en "moderniseerde". Dit werk kwam in 1906 gereed en weer was het plaatsvervangend instrument overcompleet. Toen kocht Uithuizen het.
 
De orgelkas met drie torens en drie velden pijpen in neo-gotische stijl vertegenwoordigt in vormgeving een romantisch type orgel, dat in die tijd veel navolging vond in Duitsland en Frankrijk. Alle frontpijpen uit Prinzipal 8 vt zijn sprekend en de speeltafel staat voor het instrument. Het orgel is vervaardigd uit deugdelijk materiaal. De mode van de tijd sluit aan bij de toegepaste registers. Er zijn geen tongwerken toegepast. De traktuur (het regeerwerk vanaf de speeltafel naar de windlade) is mechanisch met kegelladen. Orgels met mechanische kegelladen zijn vrij zeldzaam in ons land. Een orgel van dezelfde maker maar dan wel veel groter staat in de Martinikerk te Doesburg. ( Oorspronkelijk in Rotterdam) Ook in Woensel bij Eindhoven en in Wildervank treffen we nog orgels aan van Walcker. Het orgel in siertorentjes-orgelWoensel heeft herkenbare elementen in het front. Deze orgels zijn van latere datum en zijn bij de aanleg voorzien van een pneumatisch kegelladensysteem. In het begin, toen het orgel in Uithuizen was geplaatst, moest het met de voeten worden "getreden". Door het aanbrengen van een electromotor voor de windvoorziening in 1931 werd dit overbodig. De aanwezige pinakels (siertorentjes) op de spitsen van de drie torens van de orgelkas zijn bij een renovatie van de kerk  in 1958  verwijderd. Deze onttakeling moet voortgevloeid zijn uit gemis aan stijlbesef.
 
 

De heer D. Mulder orgelmaker te Uithuizen en lid van onze kerk heeft jaren lang het onderhoud van ons orgel verzorgd. Een laatste grote herstelbeurt door hem werd uitgevoerd in 1969. Hierna werd het onderhoud uitgevoerd door Mense Ruiter en vervolgens door Sicco Steendam.

Een grote restauratie is uitgevoerd in 1997 door Mense Ruiter Orgelmakers te  Zuidwolde. Adviseurs hierbij waren Victor Timmer en Anco Ezinga. Hierbij is gerefereerd aan vergelijkbare instrumenten van Walcker in Zuid Duitsland. Dit was mogelijk door vriendelijke bemiddeling van de toemalige bedrijfleider Klaus Walcker-Meyer van Walcker-orgelbau, het bedrijf van Walcker uit Duitsland. Gerhart Walcker heeft een paar jaar geleden een doorstart gemaakt voor de Orgelbau Walcker. De firma’s  Walcker hebben inmiddels meer dan 6000 orgels op haar naam staan.
 

binnenwerk-orgelDoor deze referentie kon de oorspronkelijke winddruk worden hersteld en spreken nu alle pijpen weer goed aan. Verder vond technisch herstel van pijpen, regeerwerk en windladen plaats. Hierna volgde de intonatie van het pijpwerk. Ook vond herstel van de orgelkas plaats door onder andere reconstructie van de nu weer aangebrachte pinakels. Ook de orgelluiken werden in grenenhout weer uitgevoerd. Het orgel valt op door een diversiteit van klankkleuren uit de romantische periode met prachtige strijkers en fluiten en kan bij het volle werk door zijn robuste klank de kerkzaal gemakkelijk vullen. Een geautomatiseerd klimaatbeheersingssysteem draagt nu bij aan een duurzaam behoud van het instrument.

terug